Vier vertalingen van Daodejing vers 51: Blok, Borel, Nap en Baker en Wilkes

Tau verwekt ze.
Deugd voedt ze.
Materie vormt ze.
Kracht vervolmaakt ze.

Daarom is er geen der tienduizend wezens
dat Tau niet eert en de Deugd niet acht.
Het vereren van Tau, het achten van Deugd
is op niemands bevel, maar eeuwig vanzelf.

Want Tau verwekt ze;
Deugd voedt ze, kweekt ze op, brengt leven,
vervolmaakt ze, doet rijpen, ontwikkelt ze, beschut ze.

Het brengt voort en rekent niet als eigen.
Het doet en steunt er niet op.
Het kweekt op en is niet als meester
Dit heet ondoorgrondelijke Deugd.

J.A.  Blok

—————————————

Tao brengt de dingen voort.
Het brengt ze groot door Teh (Zijn manifestatie in hen).
Het vormt ze door Zijn substantie.
Het volmaakt ze door Zijn impulsie.

Daarom, onder alle wezens is er geen,
dat niet Tao vereert en Teh hoogacht.

Die majesteit van Tao en die eerwaardigheid van Teh
zijn niet aan hen gegeven,
zij bezitten die eeuwig uit zichzelf.

Daarom, Tao baart alle dingen, kweekt ze op,
doet ze groeien, brengt ze groot, volmaakt ze,
doet ze rijpen, voedt ze, beschermt ze.

Te baren, en toch niet als eigendom te beschouwen,
te formeren, en dat toch niet als glorie te beschouwen,
te regeren, en toch vrij te laten,
dit noem ik de mysterieuze Deugd.

Henri Borel

——————————————————-

Tao verwekt
De Deugd voedt
De een vormt de ander
en de omstandigheden doen de rest.

Onder de tienduizend wezens is er daarom niet een
die niet Tao eerst en de Deugd hoogacht.
Deze verering is niet opgelegd,
maar eeuwig en uit zichzelf.

Want Tao verwekt ze, de Deugd behoedt ze,
laat groeien, voedt ze, laat er ? rijpen en bedekt ze en begraaft ze.

Verwekken en laten groeien zonder ze toe te eigenen,
volbrengen zonder vast te houden,
heersen zonder te overheersen,
dit wordt Diepe Deugd genoemd.

Baker en Wilkes

——————————————————-

De Weg schenkt hun het leven
en de Deugd voedt hen;
De stof geeft hun vorm
en hun unieke vermogens vervolmaken hen.

Daarom vereren de tienduizend dingen de Weg en achten de Deugd.
Wat betreft hun verering van de Weg en hun achting voor de Deugd

–
Niemand beloont hen ervoor; het is altijd vanuit zichzelf zo.
De Weg schenkt hun het leven, voedt hen,
doet hen rijpen, vervolmaakt hen, geeft hun rust,
brengt hen groot, steunt hen en beschermt hen.
Hij schenkt hun leven maar probeert niet hen te bezitten;

Hij handelt uit naam van hen maar maakt hen niet afhankelijk;

Hij doet hen rijpen maar beheerst hen niet.
Dit noemen we Diepe Deugd.

Kris Nap

——————————————————-

Toelichting over de Teh (De) uit: Daodejing door Jaap Voigt, Uitg. Nachtwind, Hilversum, 2011

De (of Teh) is de mysterieuze aanwezigheid van het Dao in de wereld. Anders gezegd: De is de Dao aan het werk in de wereld. .  .
Het idee is dat de mens die vervuld is van De  zich laat leiden door het Dao, en vanuit die intentie een rechte weg in de wereld bewandelt. In de wereld vervult hij een functie als een ‘instrument’ van het Dao. (p. 304)

Ik laat De onvertaald, omdat ik vind dat alle vertalingen, zoals deugd, kracht, morele voortreffelijkheid, goedheid en kwaliteit, geen recht doen aan de filosofische betekenis. Deze vertalingen van De suggereren alle min of meer dat deze staat van zijn door het menselijk bewustzijn bereikt kan worden. (p. 304)

De is in het daoïsme de ongerepte toestand die er is vóór het ‘ik’-bewustzijn een moreel onderscheid maakt tussen goed en kwaad, en voor dat ‘ik’ bewustzijn bewuste handelingen verricht teneinde de wereld te veranderen. .  .   . (p. 305)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *