Verhaal voor kinderen

Meester Weetnietveel ging eens uit wandelen. Hij kwam langs een sloot en zag dat Wijskind naar de kikkers stond te kijken.
Eén van hen zat stilletjes op een tak.
Meester Weetnietveel wees ernaar en zei:

‘Kijk, deze kikker gaat wu wei doen.’
‘Wuweiwatte?’ vroeg Wijskind.
‘Gewoon: wu wei’, antwoordde meester Weetnietveel.
‘Wat is dat voor een wei? Je hebt zeker niet lekker geslapen.’
‘Jawel hoor, ik ben helemaal fris. Wu wei is Chinees en het betekent: niet doen.’
‘Bedoel je nou dat die kikker gewoon niets gaat doen?’

‘Nee, hij gaat niet gewoon niks zitten doen, maar hij kiest er juist voor om niet iets te doen.’
‘Ik begrijp er niets van.’
‘Als je naar hem kijkt lijkt het net alsof hij niets doet. Hij is niet moe of zo, maar hij heeft er zelf voor gekozen om zich even niet bezig te houden met zijn eigen dingen.’
‘Hoe kan dat nou?’

‘Heb je wel eens op een donkere nacht naar de sterren gekeken?’
Ja, gaaf was dat, het waren er zoveel en die hemel was zo groot.’
‘Hoe voelde je je toen?’
‘Heel klein’
‘Nou, dat bedoelen de Chinezen met wu wei, je bent gewoon even wat kleiner en juist daardoor sta je open voor iets heel groots.’
‘En dat doe je dan zelf?’
‘Ja. Als je dat niet-doen doet, dan gebeurt er iets heel bijzonders, luister maar:

Er was eens een kikker.
Hij woonde met zijn familie in een hele grote, diepe put.
Op een mooie, zonnige middag zit hij helemaal alleen op het blad van een waterlelie zomaar wat in het rond te kijken.

Zijn familie doet een middagdutje.
Ze hebben zich heerlijk laten zakken in de dikke laag
modder op de bodem van de put.

Het is heel warm en de meeste dieren hebben zich ergens in de schaduw verborgen.
De lucht is leeg, er vliegt niet één vogel doorheen.
Er zoeven ook geen insecten boven het water in de put.

Zelfs de wind is weggegaan.
Het water rimpelt en golft niet meer.
Doodstil is het.

Rustig staart kikker voor zich uit.

Hij denkt nergens aan.

Hij voelt niets bijzonders.

Stil zit hij daar op zijn waterlelie te zitten.

Zó stil dat hij warempel zichzelf is vergeten!

Langzaam wordt het water helder.
Het lijkt wel een spiegel.

In een die spiegel wordt het zonlicht weerkaatst.

Kikker kijkt er met verbazing naar.
Hij ziet hoe er overal om hem licht is.
Licht dat schittert en straalt.

Zijn hart wordt er helemaal blij van.
Hij voelt zich ook een beetje licht worden.
Hij wil het pakken en het voor altijd bij zich houden.

Met een schreeuw van blijdschap duikt hij erop af.
Maar meteen wanneer hij het water raakt, komen er grote golven.

Het licht is zomaar ineens verdwenen.

Verbijsterd zwemt kikker terug naar zijn waterlelie.

Opnieuw gaat hij rustig zitten.
Langzaam wordt hij weer heel stil.
Hij kijkt naar de golven en ziet deze veranderen in kleine rimpeltjes.
Nog steeds doet kikker helemaal niets.
Klein wordt hij, heel klein.
Hij is zichzelf weer vergeten.

En dan gebeurt het wonder opnieuw: het water wordt weer als een spiegel en het licht van de zon schijnt er in.

Kikker blijft deze keer doodstil zitten.
Hij wordt gebaad in het licht, urenlang.

Aan het eind van de middag verdwijnt de zon.
De wind komt terug.
Een hele zwerm vogels vliegt fluitend door de lucht.
Over het water kabbelen lustig vele golfjes.
Alles is weer zoals het was.

Alleen in het hart van kikker
is iets veranderd:
er is een straal van licht in gekomen.

En deze blijft daar.
Als een vonk van Tao
die voor altijd is aangestoken.

Lao Zi zegt in vers 48 van zijn Daodejing:

Wie de dingen van alledag doet, wordt dagelijks méér.
Wie zich op Tao richt, wordt dagelijks minder.
Minder en minder.
Tot niet-doen wordt gedaan.

Wanneer niet-doen wordt gedaan
blijft niets ongedaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *