Tao: een groot vierkant zonder hoeken

93Lao Zi heeft zijn Daodejing zodanig geschreven dat het ene vers het andere verklaart. Maar dat niet alleen: de verzen voegen door hun verband ook iets toe aan een bepaald thema of onderwerp.                      De komende weken zullen we hier enkele voorbeelden van laten zien, te beginnen met het thema ‘Tao’.

In het eerste vers zegt Lao Zi dat over Tao niets gezegd kan worden:

Het Dao dat als ‘Dao’ aangeduid kan worden is niet het permanente Dao.

De naam die genoemd kan worden is niet de permanente naam.

René Ransdorp (uit het Chinees)

1447182968Het wordt Lao Zi wel verweten dat hij vervolgens in zijn Daodejing wel steeds over Tao spreekt!                                                       Het is dan ook een paradoxale situatie: over Tao kan niets gezegd worden omdat Tao niet één van de tienduizend dingen is, maar over Tao kan ook niet gezwegen worden omdat het de tienduizend dingen volkomen doordringt.

Dit is een mysterie dat  Lao Zi duidelijk zo laat zijn.  Toch heeft hij het er steeds over; hierdoor worden  we ons bewust  van het ‘bestaan’ van het ‘niet bestaande’. 

Zhuang Zi leefde in de derde eeuw voor onze jaartelling. Hij schreef in verhalende vorm uitgebreide commentaren op de Daodejing. Over het ‘niet-bestaan’ van Tao schreef hij:

sterlicht‘Sterrenlicht vroeg aan Niet-bestaan:   ‘Meester, besta je? Of besta je niet?’  Sterrenlicht kreeg geen antwoord, maar hij keek naar de vorm van de ander en zag niets dan diepe leegte.  De hele dag lang staarde hij, maar kon niets zien, luisterde hij, maar kon niets horen, strekte hij zijn hand uit, maar hield niets vast.                Aan het eind van de dag zei Sterrenlicht: ‘Schitterend!               Wie kan een dergelijke volmaaktheid bereiken?                     Ik kan mij het bestaan van Niet-bestaan voorstellen, maar niet het niet bestaan van Niet-bestaan; en toch hebben we hier het niet-bestaan van Niet-bestaan. Hoe zou ik ooit zo’n volmaaktheid kunnen bereiken?

Patricia de Martelaere, Tao, de weg om niet te volgen,.

1030e94Woorden zijn altijd ontoereikend, maar omdat Tao alomtegenwoordig is, kan er iets van het mysterie dwars door de woorden heen meekomen.

Het is de kunst om ons hiervoor open te stellen en er op een andere manier naar te ‘luisteren’: niet met gewone oren, maar door stil te worden in de zin van ons los te maken van iedere gedachte of beeldvorming over Tao.

Daarbij helpt Lao Zi ons in vers 41 een handje door over Tao dingen te zeggen die op het eerste gezicht onzinnig lijken:

Tao is verborgen en onnoembaar

als een groot vierkant zonder hoeken;

als een grote vaas, die nog gebakken moet worden;

als een grote stem zonder geluid;

als een groot beeld zonder omtrekken.

Toch is Tao de gulheid zelf en brengt alles tot volmaaktheid.

E.J. Welz (uit het Chinees

wing4webWanneer we ons niet bezighouden met wat we vinden van dit soort niet logische gezegden, kunnen we open staan voor de bedoeling van Lao Zi, want met deze woorden maakt hij duidelijk dat Tao een mysterie is dat overal in doordringt.

Want Tao verkiest niet de ene vorm boven de andere, het heeft geen voorkeur wat betreft welke inhoud dan ook, het acht niet de ene muzieknoot mooier dan de vele andere. Tao is vormloos, zonder inhoud en onhoorbaar. Toch is Tao in alle vorm, in iedere inhoud en elke klank te vinden; zonder enige voorkeur, maar ook zonder iets af te wijzen.

In vers 4 vinden we hierop een aanvulling:

Tao is ledig 

en toch in Zijne operaties als onuitputtelijk.

O, hoe diep is Het ! 

Het is de Oer-vader aller dingen.

Het verstompt zijn scherpte, ontrafelt zijne verwardheid,

tempert zijne schittering, en maakt zich gelijk aan het stof.

O, hoe kalm is Het ! 

Het lijkt wel eeuwig te bestaan.

Ik weet niet van wie Het het kind is. 

Het was vóór den opperste God.

                                Henri Borel (uit het Chinees)

 

depositphotos_7226197-Abstract-blue-power-lighting-spiritual-concept.Tao bestond al vóór dit universum ontstond, en zal er nog steeds zijn wanneer onze kosmos er niet meer is. Omdat wij daarvan deel uitmaken is het onmogelijk om ons een voorstelling te maken van iets dat niet tot dit universum behoort. Tao is alom-tegenwoordig, het is overal en in iedere  tijd- en ruimtedimensie aanwezig.

13Omdat Tao ons universum doordringt, voedt, en zich in alles uitstort, is het een levende werkelijkheid. Tao is voortdurend ‘in gebruik’ maar raakt toch nooit ‘leeg’, het wordt niet moe en houdt niet op; Deze dingen gelden voor de tienduizend dingen, maar daar behoort Tao niet toe. Tao kan daarom ook nooit in een tegendeel verkeren:                                              er bestaat geen anti-Tao !

Nooit laat Lao Zi ons ruimte om ons tóch een voorstelling van Tao de maken. Net als we lazen dat  Tao is als een oer-vader, spreekt hij in een ander vers over een moeder. Zoals bijvoorbeeld in vers 20:

Ik alleen ben anders dan de (gewone) mensen,

omdat ik de Moeder vereer, die alles voedt (Tao)

                                Henri Borel (uit het Chinees)

6a0Al het bestaande is alleen mogelijk vanwege Tao. Dat wij mensen bestaan is alleen mogelijk door de vereniging van een man en een vrouw; we hebben een vader en een moeder.

Wanneer Lao Zi het over Tao heeft als een vader of als een moeder, zegt hij dit ‘bij wijze van spreken’, want Tao is niet-iets, het is daarom noch een vader, noch een moeder.

Tao is een naam ‘bij gebrek aan beter’, zoals hij in vers 25 zegt:

 

Nog voor Hemel en Aarde er waren, 

was er iets vermengd en onverdeeld, 

geluidloos en vormloos,

onafhankelijk en onveranderlijk,

dat overal komt en geen gevaar loopt;

het wordt als de moeder aller dingen gezien.

Ik weet zijn naam niet; ik noem het Tao. 

Moet ik het beschrijven, noem ik het Groot.

John Willemsens (hertaling)

Tao is dus een bijnaam voor het onnoembare. Lao Zi merkt als tussen neus en lippen door ook even op dat hij niet beter kan doen dan Tao ‘groot’ te noemen. Hiermee komen we terug bij vers 41 waar hij extra benadrukt dat hij het over Tao heeft wanneer hij het heeft over: Een groot vierkant zonder hoeken. Een grote vaas in aanleg. Een groot geluid zonder klank. Een groot beeld zonder vorm. ‘Groot’ is bij Lao Zi een synoniem voor Tao.

Laten we tot slot zien wat de oude wijze Zhuang Zi hierover te zeggen heeft:

kranvogelsDe grote Tao overstijgt taal en argumenten. Echte kennis heeft geen woorden nodig.   Echte liefde heeft geen goede daden nodig.  Echte bescheidenheid is niet nederig.       Echte moed is niet agressief.

Deze vijf eigenschappen kunnen vierkant worden hoewel ze rond zijn.

Wie berust in wat hij niet weet, kan de volmaaktheid bereiken. Als mensen kunnen spreken zonder woorden en de onnoembare Tao kennen – dat wordt de ‘Schatkamer van de Hemel’ genoemd. *

/(vertaling Solala Towler)

 * Kristofer Schipper merkt hierover op: ‘Zijn geest kan zich dankzij het kosmisch bewustzijn vrij bewegen.’

(wordt vervolgd op zaterdag 20 februari)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *