Pentagram boekwinkellezing, 11 november 2015, deel 1 van 4

Geachte aanwezigen.

multiverse-realityWij mensen zijn tweevoudige wezens; tijdelijk, gezien naar onze stoffelijke verschijning – die is immers eens geboren en zal ooit weer sterven –  en niet-tijdelijk gezien naar de energie waaruit we bestaan. Deze energie is afkomstig uit een mysterieuze Bron.

Een Bron die weer uit het onnoembare voortvloeit.

Het onnoembare dat we – bij gebrek aan beter –  Tao noemen.

 

In het boek Hart voor Tao staat centraal hoe de gerichtheid van de mens minder kan worden ten aanzien van zichzelf en op zijn eigenbelang, opdat zijn verbinding met de Bron van alle bestaan hersteld kan worden. Leidraad daarbij is de Daodejing van Lao Zi.

Laten we bij het begin beginnen, bij het eerste vers daarvan:

Tao als weg die gevolgd kan worden is niet het permanente Tao.

De naam die genoemd kan worden, is niet de eeuwige naam.

 Niets is de naam voor het begin van hemel en aarde.

Iets is de naam voor de moeder van de 10.000 dingen.

 Daarom is vanuit het permanente niets zijn mysterie te schouwen,

Is vanuit het permanente bestaan zijn limiet te schouwen.

 Deze beide ontspringen samen, maar hebben verschillende namen.

Samen zijn ze diep te noemen.

Het nog diepere dan het diepe, is de poort van alle mysteries

De eerste regel van dit vers maakt al meteen duidelijk waar het over gaat: Tao. Maar er wordt meteen bij gezegd:

‘Tao als weg die gevolgd kan worden is niet het tijdloze Tao’.

1474Tao betekent in het Chinees gewoon een letterlijke weg, maar Lao Zi verwijst ermee naar het onnoembare.

Tao is niet iets dat tot onze wereld behoort.

Tao is nooit ontstaan, en zal ook nooit verdwijnen.

Tao is een mysterie.

Tao is onbepaalbaar, niet aan ruimte en tijd gebonden. Toch is het volkomen met de wereld van tijd en ruimte verbonden.

Tao is niet iets dat we aan kunnen wijzen: ‘Kijk, dáár is het’, want dat zou betekenen dat Tao dus ergens anders niet is. Dit is onmogelijk want Tao is alomtegenwoordig en altijdtegenwoordig; als een oneindige cirkel waarvan de omtrek nergens en het midden overal is.

Veld3Toen ons universum nog niet bestond was Tao er al en wanneer dit heelal ophoudt te bestaan, zal Tao er nog steeds zijn.

Tao is altijd-tegenwoordig.

Omdat Tao eveneens alomtegenwoordig is, is het ook in ons. En niet alleen in ons mensen, maar in al het bestaande, in de hele kosmos.

Tao is zowel ver weg, als heel dichtbij.

Ver weg omdat wij het niet kunnen waarnemen, dichtbij omdat het in onszelf is.

Een ander taoïstisch geschrift, de Ney Ye, zegt het zo:

Crystal_Rose_by_TheLionofOZ-500

 

Hoe stil is Tao.

Niemand kan zijn geluid horen.

 Hoe vlakbij is Tao.

Hij zit warempel in ons hart.

Hoe stiller ons hart is, hoe meer wij open kunnen staan voor het Mysterie.

Het eerste vers van de Daodejing vervolgt met:

 ‘De naam die genoemd kan worden is niet de permanente naam.’

Wij hebben woorden nodig om ons bewust te worden van het mysterie.  Woorden vormen de grens van welke taal dan ook. Door ergens een woord aan te hechten, isoleren we het van iets anders. Denk aan de gewoonte om mensen bij de geboorte een naam te geven. Hiermee onderscheiden we ons van andere mensen.

Tao is niet iets dat we aan kunnen duiden: ‘Kijk, hier is het’. Dit zou betekenen dat het ergens anders niet is. Maar dat gaat niet op voor Tao, want het is alomtegenwoordig. De naam Tao is daarom een oneigenlijke naam.

305-08 zonder titel detailOver Tao kan niets gezegd worden, en het kan op geen enkele manier worden waargenomen.

Nu zult u denken: ‘Zeg er dan ook maar niets over. Het is echter paradoxaal dat we over het bestaan van Tao niet kunnen zwijgen, want Tao is ook in ons. Een kern van Tao rust in ons hart als een vonk van het tijdloze. Wanneer we dit beseffen, vraagt dit iets van ons.

Het woord Tao is in het Chinees dus een doodgewone weg. Wij denken dan meteen aan een weg met een begin en een einddoel. Is het doel bereikt, dan eindigt de weg. Tao is echter meer zoals de Vlaamse sinoloog Ulrich Libbrecht het formuleert:

Shoei Cranes in Rising Sun 1950 53x24detail 1

Het Chinese woord voor Tao is: weg. 

Opgepast: Tao is geen bestrate weg  die daar weg ligt te wezen, ook als niemand erop loopt.  

Tao is de weg die een vogel door de lucht tekent:  vogel weg, weg weg!  

Je weg rolt dus achter je als een loper op; daarom kan je niet terug.

 

Wie de weg van Tao volgt, kan niet meer terug naar de oude mens die hij was. Want samen met de weg, verdwijnt ons oude zelf.

Anders gezegd: Tao volgen betekent niet dat dit een weg is die ons kleine ikje groter maakt, of mooier, leuker, interessanter, beter, of zelfs maar volmaakt. Dat zijn allemaal gedachten of wensen die in ons opkomen wanneer we ons isoleren van het mysterie. Dan denken we dat het om óns gaat, als tijdelijke mens.

sculptuur_geschenk118267

 

We zijn van nature geneigd om een grens te plaatsen tussen ons en TAO: hier ben ik en daar ergens buiten mij, daar is Tao. Hierdoor verwijderen we ons van het mysterie.

Wanneer we beseffen dat Tao ook in ons is, als een kern die in ons eigen hart ligt, dan vraagt van ons om niets te doen dat tegen Tao ingaat.

 

Daar is moed voor nodig. Moed om ons los te durven maken van alle denkbeelden, concepten en theorieën. Moed om ons volkomen ontvankelijk en vrij open te stellen voor het mysterie. Moed om af te zien van onze zelfzuchtige wensen, gedachten en emoties.

Anders gezegd: we hebben innerlijke stilte nodig om ons bewust te worden van het mysterie. Bewust worden van het Mysterie vraagt om een open instelling: om het Mysterie in verwondering te laten zijn wat het is. Dit vraagt ook om al het oude vertrouwde één voor één los te laten.

zielWanneer wij stil worden in ons hart, kunnen we de werking ervaren die van het mysterie uitgaat. Deze energie kan wel gekend worden, ervaren worden.

Deze kracht, of uitstraling, noemt Lao Zi: de TEH.

Het is een energie waarmee de hele kosmos doordrenkt is. Die ons leven mogelijk maakt, voedt en onderhoudt. De kracht van Tao, de TEH spreekt geluidloos tot ons stil geworden hart, als – zoals Lao Zi het noemt –  ‘De leer zonder woorden’ .

Het is een kracht die méér zegt dan tienduizend woorden kunnen, want achter de woorden komt een straal van het mysterie mee. Zoals een andere Chinese wijze, Zhuang Zi genaamd het zei:

161Om vissen te vangen heb je een visnet nodig. Is de vis gevangen, dan kan het net vergeten worden.

 Om je bedoelingen duidelijk te maken heb je woorden nodig.

Is de bedoeling begrepen, dan kunnen de woorden vergeten worden.

 Waar vind ik een mens die woorden vergeet opdat ik met hem praten kan?

Na dit eerste deel was er gelegenheid om vragen te stellen of om iets toe te voegen zoals:

4KUNNEN WE IETS DOEN DAT TEGEN TAO INGAAT?

Antwoord: ‘Ja, alles’. We gaan tegen Tao in wanneer we bij alles wat we doen alleen met ons eigenbelang bezig zijn.

De vraag is of dit erg is.

Tao laat alles en iedereen de ruimte om zichzelf te leren kennen. Een mens doet dit door ervaringen op te doen. daarbij maakt hij vergissingen en zelfs fouten. Toch grijpt Tao nooit in, het is geen wrekende god die ons straft wanneer we iets doen dat tegen Tao ingaat. Wij zijn zelf verantwoordelijk. Het gaat erom onszelf te leren kennen en zelfbewustzijn te ontwikkelen. Pas dan ontdekken we dat er iets aan ontbreekt: het tijdloze.

 

511HEEFT LAO ZI VERWANTSCHAP MET ‘DE STEM VAN DE STILTE’?

Beide zijn getuigenissen uit één universele Bron: het onnoembare.

‘De Stem van de stilte is een vertaling door mevrouw Blavatsky uit de oude Indiase visie op de wijsheid uit deze bron. Lao Zi uit de Chinese wijsheid.

Beide benadrukken het belang van innerlijke stilte. Stil worden in de zin van ons niet zo laten beïnvloeden door de dingen van alledag. Daar moeten we natuurlijk aandacht aan besteden, maar wij hebben ook de keuze om door de dag heen ons te bezinnen, om pauzes in te lassen om diep van binnen stil te kunnen zijn.

 

-rhonda-martinIS HET NIET TEGENSTRIJDIG DAT TAO OVERAL IS MAAR IK DIT TOCH NIET ERVAAR?

Vanuit Tao gezien kan er niets anders zijn dan een absolute Eenheid. Wij kunnen ons daar niets bij voorstellen omdat we binnen de dualiteit leven.

Vanuit de volkomen eenheid wordt er niets buitengesloten.

Vanuit ons dualistisch perspectief gezien, ervaren wij een grens tussen Tao en onszelf. Dit komt omdat onze energie en ons bewustzijn vrijwel helemaal op onszelf zijn gericht. Hierdoor creëren we een afstand tussen Tao en onszelf, terwijl we er toch volkomen mee verbonden zijn.

Omdat we in ons een vonk van Tao meedragen zijn we in staat om onze energie te verplaatsen van onszelf en ons eigenbelang, naar deze vonk in het hart. Dan worden we stil, gaat de deur tussen Tao en ons op een klein kiertje en verlicht een kleine straal van Tao’s energie ons, (de Teh) en deze doet ons ‘deugd’.

921

 

VOLGENDE WEEK ZATERDAG, 21 NOVEMBER VOLGT DEEL 2 VAN DE PENTAGRAM BOEKWINKELLEZING

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *