HOOG en LAAG

mooi en lelijkLaozi 2

Als de hele wereld weet wat het mooie mooi maakt, dan is er al het lelijke.

Erkent iedereen de goedheid van het goede, dan bestaat ook het slechte.

Bestaan en niet-bestaan roepen elkaar op; moeilijk en gemakkelijk ontwikkelen elkaar, lang en kort vormen elkaar,                         hoog en laag berusten op elkaar,                    de stem voegt zich naar de toon;                voor en na volgen elkaar op.

 

YY 8

Lao Zi beschrijft in dit vers de wereld van de dualiteit waarin het Yin en het Yang onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. In een langdurig en fijnzinnig proces van slijpen, schuren en schaven, maken het Yin en het Yang een mens er uiteindelijk van bewust dat zijn tijdelijke aard ingebed ligt in een onnoembaar groot mysterie. Wanneer hij dit beseft vangt hij een glimp op van de tijdloze natuur in hem. Voor wie dit overkomt lijkt de tijd voor een moment stil te staan, hij vergeet zichzelf en ervaart een diepe innerlijke stilte zoals hij nooit eerder heeft gekend.

berg en dal

De spirituele weg gaan wordt ook wel vergeleken met het bestijgen van een berg.                                                   Deze stellen wij ons vaak onbewust voor als een eenvoudige, gladde, alleenstaande berg met maar één overzichtelijk pad dat zonder hindernissen rechtstreeks naar de top voert; alsof er slechts enkele stappen nodig zijn om deze weg te kunnen gaan.

bergen

 

De werkelijkheid blijkt anders: de berg maakt deel uit van een bergketen, de helling is ruw en vol kloven en ravijnen en wordt doorsneden door kolkende rivieren, terwijl op de top door de eeuwige sneeuw lawinegevaar dreigt. Er loopt geen simpel pad; wie naar boven klimt moet zichzelf een weg zien te banen. Daarom is ook is niet één bepaalde richting ‘de juiste’, maar kan de berg bestegen worden vanuit alle vier de windrichtingen.

vallei 3

 

12717858_998490163573559_5323646733413731298_nWie aan het bestijgen van een berg denkt heeft al snel de top als doel voor ogen. Het gaan van de weg lijkt dan een kwestie van in zo kort mogelijke tijd zo hoog mogelijk stijgen: hoog, hoger; het allerhoogste moet bereikt worden.

Dit vers van Lao Zi maakt ons echter duidelijk dat wie denkt ‘hoog’ te gaan meteen te maken heeft met het ‘lage’. De ‘weg’ gaan, in de zin van Tao volgen, houdt in dat de beklimmer afwisselend omhoog en weer omlaag gaat, keer op keer, een heel leven lang. Daarbij is ‘hoog’ niet belangrijker dan ‘laag’, ze zijn wel verschillend in werking, maar gelijk in waarde.

 

Wie Tao wil volgen is op weg en dit op weg zijn, dit proces, is zijn ‘doel’. Op deze weg leert hij zijn ego minder te laten worden opdat zijn tijdloze natuur zich des te krachtiger kan openbaren.

Tijdens het opstijgen ontvangt hij een impressie van zijn niet-ik-natuur. Bij het werken beneden in het dal leert hij om dit handen en voeten te geven.

Dit blijkt echter nog niet zo eenvoudig te zijn: het is een hele toer om ons niet te identificeren met de impressies van het tijdloze die bij het bestijgen van de berg ontvangen werden.

 

Symmetry-2

Beneden wordt van mij gevraagd om oprecht te zijn, maar vooral dat ook te blijven. Dit houdt in dat ik niet net ga doen alsof die zuivere natuur al volkomen werkelijkheid is geworden. Omdat de ervaring boven zo indrukwekkend is bestaat het gevaar dat ik mezelf daar een beeld van vorm. Dan bestaat het gevaar dat ik mezelf inbeeld al in die werkelijkheid te kunnen leven en kan ik – onbewust – mezelf dwingen om me hiernaar te gedragen. Dan moet ik zus of zo zijn, of dit wel doen en iets anders vooral niet. Daarbij moet ik zorgen dat ik mezelf (en anderen!) blijf overtuigen. Ik ben kortom helemaal vervuld van mezelf terwijl ik denk bezig te zijn om ruimte in mezelf te maken voor de kracht van het mysterie.

11796292_1015789925119608_4333328290560187775_n

 

Gelukkig voor me gaat me dit een keer opbreken. Dan ontdek ik dat het me niet lukt om opnieuw een stapje op de berg te zetten. Ik blijf beneden en blijf daar net zo lang tot er een heel klein beetje inzicht in me ontstaat dat het onmogelijk is om met mijn tijdelijke ego de werkelijkheid van het tijdloze na te bootsen. Dit inzicht leidt opnieuw tot innerlijke stilte. Daarin vergeet ik mezelf.

‘Beneden’ leer ik dus in feite evenveel als ‘boven’, beneden ‘stijg’ ik door de ervaring die inzicht geeft waardoor mijn zelfgemaakte belemmeringen teniet worden gedaan.

                                                                                    Boven ontvang ik iets, beneden leer ik om daarmee te werken.

 

Lao Zi vervolgt zijn tweede vers met:

Daarom houdt de wijze zich in zijn daden bij het wu wei.

Hierdoor beoefent hij de leer zonder woorden.

eenvoud

Ik ben gewend om bij bijzondere ervaringen ook bijzondere dingen te doen: ik kom met veel vertoon in actie.

Dit blijkt echter niet op te gaan voor het proces dat zich bij het bestijgen van de berg afspeelt.

Beneden gekomen hoef ik helemaal niets bijzonders te doen.

Daar heb ik alleen te leren om ‘de leer zonder woorden te beoefenen’, zoals Lao Zi dit noemt. Daar leer ik om niet mijn ikje centraal te stellen, en niets te doen dat tegen Tao ingaat. Daar ga ik leren te leven vanuit wei wu-wei: doen het niet-doen. En dat is in feite zo bijzonder dat ik er stil van word.

uitstralende steenEen steen hoeft geen moeite te doen om de zonnewarmte die het overdag in zich opnam in de avond weer uit te stralen; dit gaat als vanzelf. Wie zich aangetrokken voelt door die warmte komt eveneens als vanzelf naar de steen toe. De steen ‘doet’ niets anders dan onopzettelijk zijn warmte uitstralen.

 

Lachende steen

 

Maar ben ik niet al te vaak als een steen die omlaag rolt om daar met groot enthousiasme anderen te laten weten hoe heerlijk warm hij wel is? Of als één die zijn warmte niet wil geven aan mensen die hij niet mag? Of houd ik maar al te graag een wedstrijdje met andere stenen wie de meeste warmte heeft?

Het is om koud van te worden, letterlijk! Want door me iets toe te eigenen wat niet voor mijn ego is bedoeld heb ik mezelf in de schaduw van het tijdloze licht geplaatst.

Wat ieder die de weg wil gaan heeft te leren beschrijft Lao Zi in het laatste deel van vers twee:

12576De wijze beoefent                                            ‘de leer zonder woorden’.

De tienduizend dingen komen op

maar hij laat ze niet in de steek

Hij brengt ze tot ontwikkeling,

maar eigent zich niets toe.

Hij is actief,

maar laat zich er niet op voorstaan.

Hij volbrengt zijn taak

maar hecht zich er niet aan

hierdoor blijven zijn verdiensten behouden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *