HET DAL INGAAN

Wie anderen kent, is knap

Wie zichzelf kent, is verlicht

Wie anderen overwint, heeft kracht

Wie zichzelf overwint, is sterk

Lao Zi in vers 33

821Wie op de berg een glimp van het mysterie op mocht vangen, is gehouden in het dal af te dalen om daar te leren met dit geschenk te werken. Dit begint met zelfkennis.

Daar bestaan twee soorten van: de ene is onszelf leren kennen als zijnde een tijdelijke mens met een heel eigen karakter en aanleg. De andere is onszelf leren kennen in onze verhouding tot het tijdloos mysterie van Tao.

Bij dit laatste schieten woorden tekort omdat wij door woorden dingen van elkaar onderscheiden. Tao echter is grenzeloos.

Door onze woorden plaatsen we Tao buiten ons bewustzijn. Wie zich open wil stellen voor Tao kan daarom ook niet anders dan innerlijk stil worden.

Terugkeren naar de wortel heet: stilte.

Dit is wat we terugkeer naar de bestemming noemen.

Lao Zi in vers 16  

de weg 1Hoog op de berg waren we opgenomen in iets dat onze menselijke beperkingen ver en ver overstijgt. Daar waren ons hart en onze hoofden voor een moment helder en leeg. In die leegte weerspiegelde zich een kleine straal van het tijdloos mysterie.

Werd het voor even volkomen stil in ons hart.

Een stilte die het tijdloze nabij komt.

Een stilte waarin we heel even ons diepste menszijn mochten ervaren.

Dit menszijn dat in feite een niet-zijn is omdat het niet behoort tot het tijdelijke domein waarin ons persoonlijke leven zich afspeelt. Met dit besef dalen wij af in het dal.

 

illusie

Beneden echter herneemt mijn tijdelijke persoon geleidelijk aan de regie, want ik kan niet anders. Boven op de berg leek ik mezelf vergeten en was ieder eigenbelang verdwenen, maar beneden gekomen is het andersom: ik ben er weer luid en duidelijk, terwijl mijn diepste ‘zelf’ erg ver weg lijkt te zijn.

Mijn tijdelijke zelf wil niet anders dan getuigen van die mooie ervaring op de berg.

Omdat ik niet inzie dat ik een toeschouwer was op de berg en in de rol van getuige verkeerde, neem ik onbewust aan dat IK nu in actie moet komen. Ik weet niet beter dan dat ik me altijd in moet zetten wil ik iets bereiken, dus doe ik dit nu ook.

18Wat ik niet besef is dat ik me vrijwel altijd identificeer met waar ik voor sta en wat ik daarmee doe. Hieraan ontleen ik voor een groot deel mijn identiteit. Deze behoort tot de tijdelijke wereld en staat om die reden tussen mij en het stille en tijdloze Tao in.

Op die basis ga ik – bezield van de beste bedoelingen – aan het werk. Ik houd van mijn medemensen, wil ze het liefst meenemen die hoge berg op. Ik wil mijn hele leven inzetten in dienst van het uitdragen van dit mysterie. Ik ben er helemaal vol van, raak er niet over uitgepraat! Ik hoop dat er eindelijk toch eens naar geluisterd zal worden ! Mensen hoeven alleen maar stil te zijn . .  . zichzelf alleen maar te verliezen in het mysterie dat ons allemaal zo nabij is.

1407776222_IntrospectieWat ik niet inzie is dat ieder mens op zijn eigen tijd en manier klaar is om zich open te stellen voor het mysterie.

Het dringt niet tot me door dat ik dit mysterie op basis van mijn ego uit wil dragen. Ik gedraag me alsof het zichzelf niet kan manifesteren aan ieder die ervoor open staat. Ik identificeer me met mijn rol van getuige, terwijl ik meen vanuit wu wei  te handelen.  .  .

Ik ga hiermee door tot ik merk dat al mijn inspanningen maar een mager resultaat op leveren.

kakelbontIneens zie ik mezelf als een goochelaar die met veel hocus pocus een gouden ei uit zijn hoed tevoorschijn tovert en die zijn publiek belooft dat er een wondervogel uit tevoorschijn zal komen. Maar wanneer hij met zijn toverstokje de eierschaal breekt, trekt hij er slechts een kakelbont gekleurde doek uit. Heel even lachen zijn toeschouwers om de mislukte truc en lopen dan weer verder.

Gegeneerd dringt het tot me door wat ik aan het doen was.  .  .  .

13In het dal gaan wij de weg van de (pijnlijke) ervaring. Daar leren we onszelf kennen in verhouding tot het tijdloos mysterie. Beneden beseffen we dat ons tijdelijke ikje niet het doel is, maar het middel. Daar vallen we keer op keer, maar daar ook leren we om net zo vaak weer op te staan. Zo leren we gaandeweg om ons open te stellen voor het kloppen van het mysterie in het stiller wordende hart.

Diep in het dal van onze levenservaringen leren we uiteindelijk antwoord te geven op de onuitgesproken vraag: ‘Wat heb je niet-te-doen?’

energy-in-lifeIn het dal loop ik tegen de grenzen van mijn beperkte ego aan, en ik herken dit als een algemeen menselijk gegeven. Vandaaruit ontwikkelt zich mededogen voor wie we zijn: mensen die bezig zijn te leren om zichzelf niet centraal te stellen. Mensen die in verbondenheid met anderen hun hele leven nodig hebben om te leren niets te doen dat tegen Tao ingaat; wu wei. Mensen die zich ervan bewust worden dat zij zich niets van het mysterie toe kunnen eigenen, maar dat het mysterie wel door hen heen werkt. Mensen die leren te dienen, in stilte, zonder zich ergens op voor te laten staan – om niet-.

Aan al die mensen stelt Lao Zi in zijn tiende vers de vraag:

Je onzichtbare spiegel polijsten en rein houden

zodat er geen enkele smet op blijft.

Kun je dat?

Met liefde voor het volk het land besturen

en je toch houden aan het wu wei

Kun je dat?

(onderstaand gedicht  MEDEDOGEN sluit hierbij aan )

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *