Polariteiten versus tegenstellingen

In onze westerse maatschappij is het gebruikelijk is om steeds weer te kiezen tussen goed en slecht, voor en tegen, mooi en lelijk, enz. Wij leven in een cultuur die zeer analytisch, en (onder)scheidend denkt en leeft. Het lijkt alsof er alleen oog is voor de éne kant van de medaille – de ons welgevallige – en doet net alsof de andere kant daar los van staat. Hierdoor wordt de eenheid van de medaille genegeerd, of is zelfs helemaal buiten beeld geraakt.

Bij de oude Chinezen was dit anders, men kende het onlosmakelijke verband tussen het yin en het yang en was zich bewust van de dynamiek tussen beide.

Wanneer het yin tot zijn uiterste grens is gekomen, doemt uit de diepte het yang op, dit neemt vervolgens toe, totdat ook het yang zijn uiterste grens heeft bereikt, waarna het yin uit de diepte tevoorschijn komt en weer toe gaat nemen.

In het tweede vers van de Daodejing staat:

Wanneer iedereen weet wat het mooie mooi maakt,
dan is er al het lelijke.

Wanneer iedereen weet wat het goede goed maakt,
dan is er al het slechte.

Men zag complementaire polariteiten en onderkende het proces in zijn geheel.
Wij hebben van  polariteiten tegenstellingen gemaakt en doen alsof deze los van elkaar staan.

Hierdoor ontstaat strijd.
We kijken naar hetzelfde vanuit twee verschillende gezichtspunten en menen dat maar één van de twee gelijk kan hebben.
We doen alsof de medaille niet voortdurend draait en ons beurtelings een aanvullende visie toont.

Lao Zi ziet dit anders en zegt:

Bestaan en niet-bestaan
brengen elkaar wederkerig voort.

Moeilijk en makkelijk vormen elkaar.

Kort en lang bepalen elkaars vorm.

Hoog en laag hellen naar elkaar over.

Er wordt wel een verschil gezien tussen het een en het ander, maar dit wordt niet als vaststaand opgevat. Beide polen zijn met elkaar in harmonie, kunnen niet zonder de andere pool bestaan.

In de Chinese filosofie wordt de kosmos gezien als één groot lichaam, met zeer uiteenlopende onderdelen. Deze delen hangen allemaal met elkaar samen als één groot netwerk. Niets is daar ‘fout’, niets is daar ‘goed’, wel resoneren alle dingen met  elkaar en zijn dynamisch met elkaar verbonden door de werking van het yin en het yang.
Hierdoor is transformatie mogelijk.
Niet zichtbare energie transformeert spontaan en onophoudelijk tot zichtbare vorm, en vorm wordt omgezet tot een andere vorm, vervalt uiteindelijk en wordt weer onzichtbare energie.

De uitvoerder s van dit proces zijn het yin en het yang.
De kracht echter die dit mogelijk maakt gaat uit van het grote mysterie van Tao.

De wrijving tussen yin en yang schuurt, schaaft en slijpt al het bestaande.

Dit is een proces waardoor alle vorm zuiver wordt en zich kan veredelen.

Het hele universum zal hierdoor uiteindelijk geheiligd worden om zo terug te keren tot in het onnoembare.

Het is de mens gegeven om hieraan bewust mee te werken.

Lao Zi geeft aan op welke manier:

Daarom houdt de wijze mens zich bezig met het niet-doen.

Hij beoefent de leer zonder woorden.

Het evenwicht tussen alle polariteiten ligt in het midden.
Dit heet in het Chinees yong: dat wat zelf niet beweegt, maar wel alle beweging mogelijk maakt.
Het wordt ook wel ‘het niets’ genoemd. Zoals Lao Zi in vers 11 duidelijk maakt:

Dertig spaken komen samen in een naaf

Juist in zijn niets zit de functie van het wiel.
In ons mensen ligt dit midden in ons hart; wij noemen het ‘de roos’, of ‘het oeratoom’.

Doen het niet-doen – wu wei –  is kort gezegd: niets doen dat tegen Tao ingaat.

Een mens gaat niet tegen Tao in wanneer hij zichzelf niet centraal stelt, weinig begeerten heeft, en niet oordeelt: dit is goed en dat is daarom fout.

Hij ‘doet’ dit door zich op het onbeweeglijk midden te richten.

Daar gaat een tijdloze liefdekracht van uit die hem transformeert tot een mens die een medewerker gaat worden van het tijdloos Ene.

Want geen mens leeft voor zichzelf alleen.

Daarom besluit Lao Zi zijn tweede vers met:

De 10.000 dingen zijn volop actief aanwezig, maar de wijze mens laat ze niet in de steek.

Hij brengt ze tot ontwikkeling,
maar eigent zich ze niet toe.

Hij is actief,
maar hij laat zich er niet op voorstaan.

Hij voltooit zijn werk,
maar hij blijft er niet in steken.

Juist omdat hij er niet prat op gaat,
blijven zijn verdiensten behouden.

Lao Zi spreekt over een mens die terwijl hij niet-doet, zeer actief is omdat hij een liefdekracht uitstraalt die niet van hemzelf is, maar van het mysterie.
Op deze manier beoefent hij ‘de leer zonder woorden’ zonder zich ergens op voor te laten staan.

Hij leert om van de twee weer een te maken.
Zo is hij op een pure, zuivere manier werkelijk mens: een medewerker van Tao.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *