Daodejing twee

optisch bedrog

Wie in de spiegel kijkt ziet een reflectie van zichzelf, alsof er twee personen zijn; beide lijken reëel te zijn. Wenden we ons van de spiegel af dan zien we dat er slechts één persoon is.

Zo leven we in een wereld van tegengestelden, de dualiteit, terwijl daar dwars doorheen zich het Ene zonder twee manifesteert.

Maar waarom zijn we ons daar niet van bewust?

 

7-april-2015-1024x768Alle grote non-duale wijsheidstradities hebben een betrekkelijk gelijkluidend antwoord gegeven op deze vraag: dit is omdat wij mensen onszelf ervaren alsof we afgescheiden zijn van alles om ons heen. Einstein noemde dit een soort optisch bedrog van ons bewustzijn.

Het wordt ook wel een vernauwing van ons bewustzijn genoemd. Dat maakt dat we niet open staan voor het Grote Ene, voor het tijdloos mysterie; het bewustzijn is gericht op de wereld van de dualiteit.

In het begin van het tweede vers van de Daodejing wordt deze wereld duidelijk omschreven:

Erkent iedereen ter wereld de schoonheid van het schone,

dan bestaat ook het lelijke.

Erkent iedereen ter wereld de goedheid van het goede,

dan bestaat ook het slechte.

Zo roepen bestaan en niet-bestaan elkaar op;

moeilijk en gemakkelijk ontwikkelen elkaar;

lang en kort vormen elkaar;

hoog en laag berusten op elkaar,

de stem voegt zich naar de toon;

na volgt vóór.

Drie logos 1We kunnen alleen van iets bewust worden doordat we het kunnen vergelijken met iets dat totaal anders is. Zou er bijvoorbeeld alleen maar dag zijn, we zouden geen weet hebben van het bestaan van de nacht.

Lao Zi maakt ons duidelijk dat binnen de dualiteit niets blijft zoals het is doordat alles in zijn tegendeel verandert. Zonder de termen te noemen heeft hij het over het yin en het yang die constant in elkaar overgaan. Beide hebben verschillende kwaliteiten, maar zijn gelijk in waarde.

Lao Zi spreekt dan ook geen waardeoordeel over al die verschillen uit, hij benoemt ze slechts.

In de volgende regels van dit vers trekt hij een verrassende conclusie:

Daarom woont de wijze in niet-doen [wu wei]

en geeft hij woordloos onderricht.

Vertaling: Bartho Kriek

taoist-yinyang-sage_384x5381

 

Opvallend is het woord ‘daarom’. Dus omdat de wijze zich zo helder bewust is van het relatieve van de duale wereld woont hij in wu wei: Zijn bewustzijn is niet op zichzelf gericht, hij ziet de onderlinge verschillen duidelijk, maar vereenzelvigt zich met geen enkel aspect van de dualiteit. Het bewustzijn van de wijze is open, zonder oordeel over wat hij waarneemt. Zo ontstaat in hem bewustzijn van het bestaan van het Ene.

Hij leeft als het ware tegelijkertijd in twee werelden. In de wereld van de tweeheid maakt hij keuzes, dat kan niet anders, maar hij beseft hun relatieve waarde en strijdt niet vóór het een en daardoor tegen het ander.

Dit betekent niet dat hij er dan maar de boel de boel laat vanuit de veronderstelling dat het allemaal niets uitmaakt. Integendeel. Omdat hij niet op zijn eigenbelang is gericht leeft hij heel bewust en brengt niet meer schade toe aan mens, dier of milieu dan noodzakelijk is.

Terwijl hij midden in de duale wereld leeft en werkt  – en zich met alles en iedereen verbonden weet – stelt hij zich volkomen open voor het Ene dat zonder ‘twee’ is.

Zhuang Zi zegt over zo’n wijze:

Hij was één met wat hij prettig vond, en ook één met wat hij niet prettig vond.

Met zijn één-zijn was hij een, en mijn zijn niet een-zijn was hij ook een.

In zijn een-zijn was hij de metgezel de hemels, in zijn niet een-zijn was hij de metgezel van de mens.

(Zhuang Zi, hoofdstuk 6 / I Vertaling Kristofer Schipper)

eenzaamWij ‘gewone mensen’ kunnen van de wijze leren. We zijn nog volop bezig om ons ervan bewust te worden hoezeer we onszelf als afgescheiden van anderen ervaren. Het paradoxale is dat daar ook geldige argumenten voor zijn: wie pijn heeft voelt dat zelf en niet iemand anders.

Toch zijn we als individu niet alleen met elkaar verbonden, maar tegelijkertijd opgenomen in dat wat zonder tijd is, waar geen ruimte is, dat nooit ontstaan is en nimmer zal verdwijnen – het

Het punt is dat we door onze gerichtheid op onszelf we ons alleen bewust zijn van de dualiteit. We verdelen alles in tegengestelden waarvan we het ene deel aanvaarden en het andere afwijzen.

begrenzingDit kan heel ver gaan: dan trekken we onbewust een grens tussen ‘ik’ het tijdloze in en om ons. Hierdoor wordt Tao niet ervaren als alomtegenwoordig en altijdtegenwoordig, maar als iets dat buiten ons staat. Daarmee hebben we onbewust Tao tot onderdeel van de dualiteit gemaakt.

Dat heeft geen invloed op Tao – die is immers alomtegenwoordig en heeft alle ruimte in zich voor welke mening dan ook – maar het doet iets met onszelf: het bewustzijn wordt nog sterker op de dualiteit gefocust. Omdat het dan niet meer ruim is en open, ervaren we de dualiteit als de enige werkelijkheid.

Wij staan zelf tussen het ultieme Ene – zonder twee – in.

Anders gezegd: als we onszelf aannemen als zijnde een afzonderlijk individu, verwerpen we onbewust Tao die al die tijd al in ons is.

0f816560667Ik ben dus het probleem!

Daarom zeggen alle grote wijsheidstradities dat we onszelf los moeten laten.

Vreemd genoeg ‘vinden’ we dan onmiddellijk de Teh.

Anders gezegd: wanneer ik ophoud met mezelf als een afzonderlijk, scherp begrensd wezen te zien dan houdt de dualiteit voor mijn bewustzijn onmiddellijk op te bestaan, er is dan alleen nog de onmiskenbare ervaring van de verbondenheid met het Ene die ‘leeg’ is aan dualiteit.

Zodra ik me hier echter voor in ga spannen, sta ik weer voor de spiegel en zie ik alleen weer de twee, en niet het alomvattende Ene.

Lao Zi geeft ons mensen duidelijkheid wat we moeten doen om onszelf los te laten.         Hierover meer op zaterdag 25 juni.

 

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *