Uitgelicht bericht

DERDE LEZING UTRECHT

 

Centraal staat bij alle drie de lezingen 16 uit de Daodejing:

Ik probeer de hoogste graad van leegheid te bereiken
En houd vast aan de diepe stilte in het midden.
De tienduizend dingen verschijnen tezamen,
en ik aanschouw hun terugkeer.
Welnu, de tienduizend dingen komen tot bloei,
Daarna keert elk terug naar zijn wortel.
Terugkeren naar de wortel heet stilte.
Dat is wat we het herstellen van ons mandaat noemen.

Vandaag gaan we verder en bespreken voor de pauze de tweede schat en na de pauze de derde. Lao Zi zegt in vers 67:

Ik heb drie tijdloze schatten die ik vasthoud en bewaar:
De eerste heet: mededogen.
De tweede heet: spaarzaamheid

Op basis van de tijdloze liefde, de eerste schat, worden we minder op onszelf gericht. De tweede schat biedt ons de mogelijkheid om te kiezen voor spaarzaamheid bij wat we doen. Ieder op het eigenbelang gerichte handelen verstoort de balans tussen yin en yang.

Yin en Yang bewegen zo heftig in ons omdat wij het moeilijk vinden om ons er niet door mee te laten sleuren: dan is er dit dat een krachtige actie van ons vraagt, dan is er iets anders dan een heftige reactie bij ons oproept.

De tweede schat bestaat uit het vermogen te leren om ons te matigen. Hier sluit vers 46 bij aan

Er is geen groter onheil dan niet van genoeg te weten.
Er is geen grotere ramp dan begeerten toe te laten.
Daarom: wie weet dat genoeg, genoeg is, heeft altijd genoeg.

Het gaat er niet om dat wij niets meer zouden mogen wensen, maar dat wij moeilijk tevreden zijn te stellen, en daarom steeds maar méér willen.

We kunnen voor matigheid kiezen op basis van de eerste schat: de tijdloze liefde van Tao. Omdat deze niet in haar tegendeel om kan keren, schenkt zij ons een diepe vreugde, ze is blijvend. We kunnen ons er weliswaar van afkeren, maar zijn ook altijd weer in staat om ernaar terug te keren. Dan verdwijnt een teveel aan verlangens.

Ik heb drie tijdloze schatten die ik vasthoud en bewaar.
De tweede is spaarzaamheid.
Doordat ik matig ben, kan ik vrijgevig zijn.

De drie tijdloze schatten stralen wij zonder opzet altijd ook weer uit. Omdat de drie schatten niet in hun tegendeel kunnen verkeren is deze uitstraling niet aan tijd en ruimte gebonden. In die zin is de mens op de koninklijke weg ‘vrijgevig en gul’ op een manier die niet te vergelijken is met gulheid in de zin van materiële gulheid.

De drie schatten zijn met elkaar verbonden, zo komt hij te staan voor de opgave om spaarzaam te zijn: met zijn denken, voelen, willen en handelen. Dan gebeurt er iets dat van groot belang is: hierdoor wordt de kracht van de TEH werkzaam.

Ik heb drie tijdloze schatten die ik vasthoud en bewaar:
De eerste heet: mededogen.
De tweede heet: spaarzaamheid
De derde heet: niet de eerste durven zijn in Al-onder-de-hemel
Omdat ik zachtmoedig ben, kan ik moedig zijn.
Doordat ik matig ben, kan ik vrijgevig zijn.
Doordat ik niet de eerste durf te zijn in de wereld, kan ik de wereld leiden.

Nu staan we voor de misschien moeilijkste schat: niet de eerste durven zijn. Wie de weg van de Koning gaat heeft te maken met het gegeven dat hij midden tussen het yin en het yang staat en erdoor meegesleurd dreigt te worden: we leven in een wereld die ons doet denken dat de ene keuze fundamenteel beter is dan de andere en dat we moeten vechten voor waar we voor staan.

We kunnen ons het symbool voor koning ook op een andere manier voorstellen: Aan de ene kant zien we een berg die staat voor het Yang, het mannelijke. Aan de andere kant zien we de Yin berg, die staat voor het vrouwelijke. Wij staan op de top van een van die bergen en moeten zien hoe we naar de andere kant komen. Freek de Jonge zei deze week in zijn verkiezingsconference iets dat heel taoïstisch is: ‘Als er een kloof is, kan die alleen maar overbrugd worden wanneer je bereid bent om door het dal te gaan’.

Zhuang Zi zei het zo:  (hoofdstuk 33/VIII )                                                                          

Ken het mannelijke,
Behoud het vrouwelijke
En u zult de bergstroom van de wereld zijn
Ken het witte
Behoud het donkere
En u zult tot het ravijn van de wereld worden.
Allen willen de eerste zijn
Ik alleen neem de laatste plaats.

Wie de twee polariteiten met elkaar wil leren verbinden, heeft af te dalen in de kloof, in het ravijn, tot het dal: in het lage. De uitdrukking: ‘niet de eerste in de wereld durven zijn’, heeft binnen het taoïsme  een diepzinnige betekenis: in alle omstandigheden naar zichzelf en de eigen motieven durven kijken. Van nature hebben wij afschuw van het zogeheten lage, we moeten verder in het leven en daarom streven we naar omhoog. Dit ligt heel anders op de spirituele weg. Die weg is verbonden met juist minder worden, het ego een passende plaats geven, het in een gezondere verhouding te brengen tot Tao die in het midden is. Paradoxaal komen we dan omhoog, maar niet in de zin van dat ons ego hoog komt te staan, maar het tijdloos Tao in ons.

Lao Zi zegt het duidelijk in vers 48:

Wie aan studie doet, wordt elke dag méér.
Wie Tao beoefent, wordt elke dag minder.
Minder en minder.
Tot niet-doen wordt bereikt.
Wanneer niet-doen wordt gedaan blijft niets ongedaan.

Deze laatste schat heeft vooral te maken met onszelf, met name met onderzoek naar onszelf, naar onze motieven, naar onze daden, naar ons gevoelsleven, naar ons willen en vooral naar ons handelen. Het vraagt moed om als het ravijn van de wereld te durven zijn, want met het water komt er een dikke laag modder en afval mee. Het valt niet altijd mee om dit onder ogen te zien. We zien onze schaduwkanten, dat wat we liever zo ver mogelijk weg willen duwen. Hierin komt de eerste schat ons tot hulp:

Ik heb drie permanente schatten die ik vasthoud en bewaar:
De eerste heet meedogende liefde.
Doordat ik zachtmoedig ben, kan ik moedig zijn.

Door deze meedogende liefde kunnen we de moed opbrengen om zachtmoedig te zijn; in de eerste plaats ten aanzien van onszelf. In de tweede plaats ten aanzien van anderen.

Het afdalen in de eigen diepte kan gevaarlijk zijn. Voorzichtigheid is daarbij geboden. Een gids is misschien heel verstandig en een goede voorbereiding in feite onmisbaar. Dergelijke gidsen zijn door de eeuwen heen altijd hen geweest die ons voorgingen, die ervaring hadden met de klippen en diepten van de berg. Betrouwbare gidsen zijn zij die beseffen dat zij hun taak kunnen vervullen vanwege Tao die hen bij wijze van spreken als een heldere zon bijstaat. Nooit vanuit hun ego.

Het afdalen en aan de overzijde omhoog klimmen, maakt een ander mens van ons. Het yin en het yang komen langzaamaan meer in balans. Beide worden ten langen leste met elkaar verbonden; een diepe, innerlijke stilte ontstaat.

Zhuang Zi drukt dit als volgt uit:

Stil is het hart van de wijze.
Niet omdat iemand zegt dat stil zijn goed is.
Maar omdat geen van de tienduizend dingen in staat is
om zijn hart te beroeren.Daarom is hij stil.

 

Die stilte straalt de veranderde mens ook weer uit. Lao Zi zegt over hen die met de derde schat leren werken:

 Niet durven om de eerste van de hele wereld te zijn,
daarom de leider van de dingen kunnen worden.

Hij of zij is een ‘leider van dingen’ omdat hij zich niet steeds mee laat slepen door de tienduizend dingen die hem heen en weer slingeren tussen twee uitersten. Dit is een onopvallend leiderschap, het zit van binnen maar het werkt naar buiten toe uit. In vers 27 wordt dit als volgt benoemd:

Zo is de wijze mens permanent bedreven
in het bijstaan en helpen van anderen.
Hij bevordert ieders ontwikkeling.
en verwerpt nooit iemand.

Hij is permanent bedreven: vanuit het tijdloze, niet vanuit het ego. Van hem gaat een tijdloze liefde werking uit. Het is die werking die altijd een ander bijstaat en helpt. Wij, als mens zijn het kanaal waardoor dit gebeurt. Geen passief kanaal, maar wij zijn als een bewust meewerkend instrument.

Dit hele proces van het ontvangen van de drie tijdloze schatten is gebaseerd op het zo bekende wu wei: op het doen van het niet-doen. Op egoloos handelen, om niet, dus zonder daar ook maar iets voor terug te verlangen of te verwachten. Dan naderen we Tao die al die tijd in het Midden is gebleven.

Daodejing 37

 

Tao is wu wei,
en daarom blijft er niets ongedaan.
Als koningen zich daaraan vast zouden houden.
Zullen de tienduizend dingen als vanzelf transformeren.
Als tijdens het transformeren begeerten op zouden komen
Ik zou ze tot vrede brengen met de eenvoud van het naamloze.
Het naamloze, onbewerkte hout.
Het onbewerkte hout is als Tao: permanent vrij van begeerten.
Zonder begeerten wordt alles stil.
En door die stilte zal de wereld spontaan transformeren.

Dat het zo moge zijn.

cirkel 1

BELANGRIJK BERICHT:

Vanaf zondag 2 april vind je regelmatig nieuwe teksten die op de Daodejing zijn gebaseerd op de site:    

www.tijdvoortao.nl

(deze is nu nog onder constructie !  !  !)

Meld je aan als vriend op Facebook en je wordt op de hoogte gehouden steeds wanneer er nieuwe content op de site www.tijdvoortao staat: Facebook:

 tijdvoortao

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uitgelicht bericht

TWEEDE LEZING UTRECHT 8 MAAART

2e lezing Utrecht

Vorige keer eindigden we met vers 16 uit de Daodejing:

Ik probeer de hoogste graad van leegheid te bereiken

En houd vast aan de diepe stilte in het midden.

De tienduizend dingen verschijnen tezamen,

en ik aanschouw hun terugkeer.

Welnu, de tienduizend dingen komen tot bloei,

Daarna keert elk terug naar zijn wortel.

Terugkeren naar de wortel heet stilte.

Dat is wat we het herstellen van ons mandaat noemen.

human_energy_fields_by_drag_5Tao omvat alles wat bestaat als blijvend principe. Daarom is Tao ook in ons. Wij ervaren Tao in de stilte van ons hart. Maar niet in het hart als orgaan, maar op het oorspronkelijke hart dat geen orgaan is maar een concentratie van de kracht van Tao. 

Wij mensen leven maar een beperkte tijd. Daarin is het ons gegeven ons bewust te worden van iets dat niet aan tijd en ruimte gebonden is: Tao.

Van Tao gaat een werking uit, een kracht zouden we ook kunnen zeggen. DeZE werking heet Teh. Hoewel Tao altijd verborgen blijft, is de – de Teh – te ervaren. Dit gebeurt spontaan wanneer we tot innerlijke stilte komen.

Vanavond is het thema: drie tijdloze schatten in het hart. Dit is gebaseerd op vers 67 van de Daodejing:

Ik heb drie tijdloze schatten die ik vasthoud en bewaar:

De eerste heet: mededogen.

De tweede heet: spaarzaamheid

De derde heet: niet de eerste durven zijn

in Al-onder-de-hemel

Wanneer we ons openstellen voor deze drie schatten, verandert ons bewustzijn. Dan worden we als een koning. Dit is een metafoor voor een mens die zich bewust is dat er midden in al het rumoer van de tijdelijke dingen, een tijdloos middelpunt is.  (over de betekenis van het Chinese karakter voor ’koning’: zie voorgaande tekst.)

labyrinthDeze innerlijke koning werkt hier op aarde, daar ligt zijn leerschool: niet door zich van de wereld af te zonderen. In het volle leven komt hij het meest duidelijk in aanraking met de twee polariteiten. Beide, het yin zowel als het yang, zijn onze leermeesters.

Van nature zijn we geneigd om ons met de tienduizend dingen bezig te houden. We nemen een standpunt in ten aanzien van alles wat op ons afkomt en daaruit volgen onze handelingen. Van wat we aangenaam vinden willen we almaar méér hebben en van wat ons niet aanstaat zo min mogelijk. Met al dat aantrekken en afstoten vult een mens zijn persoonlijke hart.

Wie vanuit een innerlijke stilte leert om contact te maken met het tijdloze, het niet-gepolariseerde midden in het hart, vergeet als het ware zichzelf. De tijdloze kracht die vanuit het midden werkt, straalt door hem heen. Hij heeft heel even een glimp opgevangen van iets dat ver boven ons menselijk denken en zijn uitstijgt. Dit doet de werking die van Tao uitgaat: de Teh.

Zo komen we terug bij de drie tijdloze schatten, deze zijn werkingen van de Teh in het hart.

Ik heb drie tijdloze schatten

die ik bewaar en met me meedraag.

De eerste heet mededogen.

De eerste schat bestaat uit een tijdloos mededogen, een niet op de persoon gerichte liefde die niet in haar tegendeel kan verkeren.

De eerste schat vraagt van ons te leren liefhebben, zonder ook maar één uitzondering. Dit is niet moeilijk ten aanzien van mensen die we graag mogen, maar heel lastig ten aanzien van mensen waar we een hekel aan hebben. Daarin komen we enorm onze beperkingen tegen. Er wordt van ons gevraagd om hier rustig en zonder oordeel naar te kijken. Ja, zo ben ik, ja, dit vind ik moeilijk, ja, dit kan ik nog niet. Zo ontstaat mededogen met onszelf. Wie zich hiervan bewust wordt leert mededogend te zijn naar andere mensen.

Hij of zij kan dan zien dat al het bestaande in ontwikkeling is. Dat ieder mens leert door vallen en opstaan, maar ook dat we daarbij voortdurend omhuld worden door de kracht van Tao, door een meedogende liefde die niet in zijn tegendeel om kan slaan. Daarom doet hij ‘niets’ anders dan zich steeds weer openstellen voor de kracht van Tao.

hart in middenWie iets van de eerste schat heeft mogen ontvangen, wordt er onmiddellijk voor geplaatst om deze in de praktijk te brengen.

Dat begint met het openstellen van ons hart, zonder voorkeur, zonder afkeer.

Dit is bepaald niet eenvoudig, het is een immense leerschool.

 

In vers 49 van de Daodejing wordt gesproken over de ’koning’ die vanuit dit bewustzijn leert handelen.

De wijze heeft geen eigen hart.

Hij beschouwt het hart van allen als het zijne.

Wie goed zijn, behandel ik als goed.

Wie niet goed zijn, behandel ik ook als goed.

Zo wordt de kracht van Tao werkzaam.

Wie open staat voor de eerste tijdloze schat staat in een proces waarin geleidelijk aan alles losgelaten wordt dat niet in ons persoonlijke hart thuishoort.

Wie zich zonder verwachtingen overgeeft aan het midden zonder zich daarmee te identificeren, zal deze innerlijke stilte nooit kunnen verliezen. Zelfs al zouden we midden in het dagelijks rumoer staan. Dit gaat niet van de ene dag op de andere, het is een proces dat ons hele leven duurt.

 Zhuang Zi, de taoïstische wijze uit 300 v. Chr., schreef zeer vele commentaren en toelichtingen op de Daodejing. Over het leeg worden van het hart schreef hij:

Als je niet in jezelf vastzit

dan openbaren de dingen zich vanzelf aan je.

Als ons hart beweegt is het als stromend water.

Door stil te zijn wordt het als een spiegel.

Het weerkaatst alles als een echo.

Eerst is alles chaotisch en onzichtbaar.

Dan komt de stilte en wordt alles helder.

Hij die zich hiermee verenigt, zal het behouden.

Maar wie het wil vasthouden, zal het verliezen.

Wie de weg van de innerlijke koning gaat, leert te doen om niet, zonder verwachtingen, spontaan, gewoon omdat hij niet anders kan dan de ontvangen liefde weer uit te stralen, want deze is immers niet zijn eigendom. Hij ontvangt iets en geeft het als het ware meteen weer weg zonder er zijn ego mee te identificeren. Hier komen we aan het u vast bekende wu wei, het doen van het niet-doen. Dit houdt in: niets doen dat tegen Tao ingaat. Lao Zi zegt het als volgt in vers 48:

Wie aan studie doet, wordt elke dag méér.

Wie Tao beoefent, wordt elke dag minder.

Minder en minder.

Tot niet-doen wordt bereikt.

Wanneer niet-doen wordt gedaan blijft niets ongedaan.

Wanneer we dit niet-doen in praktijk brengen, staan we in een proces waarin al gaande alles losgelaten wordt dat niet in ons hart thuishoort. Dan worden we stil. Gaat de tijdloze kern in ons stralen, wordt de Teh werkzaam. En hierdoor blijft niets ongedaan. Dit plaatst ons voor de menselijke opdracht zoals  in vers 16 van de Daodejing wordt gezegd:

Welnu, de tienduizend dingen komen tot bloei,

Daarna keert elk terug naar zijn wortel.

Terugkeren naar de wortel heet stilte.

Dat is wat we het herstellen van ons mandaat noemen.

download (1)Het hart van de mens die terugkeert naar innerlijke stilte gaat als een heldere spiegel fungeren. Wie daarin kijkt wordt zich ervan bewust dat hij als tijdelijke mens een mandaat heeft ontvangen: om namens het tijdloze te handelen in een wereld van voortdurende veranderingen, om terwijl hij midden tussen de tienduizend dingen leeft, zich toe te wijden aan zijn oorspronkelijke, tijdloze natuur.

Het mandaat herstellen houdt in dat hij gaat leren om zijn menselijke natuur – die op het eigenbelang gericht is –  los te laten. Dat is leven vanuit wu weiDit begint met objectief leren waarnemen wat er op ons afkomt, vervolgens om daar niet over te oordelen maar het ‘in het midden’ te leggen. Dan zal de kracht van Tao – ons hart leeg maken van al die zorgen en belangen die we nastreven.

Daodejing  49

Nooit heeft de Wijze een eigen hart.

Hij maakt het hart van alle mensen tot zijn eigen hart.

Wie goed is, behandelt hij als goed.

Wie niet goed is, behandelt hij ook als goed.

Zo wordt de kracht van de Teh werkzaam.

Wie oprecht is behandelt hij als oprecht.

Wie niet oprecht zijn, behandelt hij ook als oprecht.

Zo wordt de kracht van de Teh werkzaam.

Wat betreft de aanwezigheid van de Wijze in de wereld

– hij is één met haar.

En met de wereld smelt hij zijn geest samen.

De gewone mensen richten allen hun ogen en oren op hem.

En de Wijze behandelt hen allen als zijn kinderen.

 

Woensdag  15 maart a.s.  worden  de twee andere tijdloze schatten besproken.
Deze lezing staat op zichzelf en is ook te volgen voor wie de eerste twee lezingen niet heeft bijgewoond.
Frederik van Eedenstraat 1  Utrecht.
aanvang: 20:00 uur, toegang vrij.

 

 

 

 

 

 

 

Uitgelicht bericht

DE WEG VAN DE KONING

Samenvatting van de 1e Lezing  te Utrecht, 15 februari:

De koninklijke weg in Tao

yellow-emperor-ch

 

Begin februari verscheen bij de Rozekruispers een boekje genaamd: Mysteriën van Tao en de Daodejing. Er staan negen beschouwingen in die gaan over wat Tao voor ons kan betekenen.De Daodejing wordt van oudsher gezien als een vorstenspiegel, als een verzameling richtlijnen voor de vorsten en koningen van zijn tijd. Deze vorsten en koningen kregen het advies om zich tot Tao te richten en hun leven in harmonie met Tao te leven.  Vers 32:

Tao is eeuwig naamloos.
Hoewel hij in zijn eenvoud als klein is

Lees verder

Uitgelicht bericht

Mysteriën van Tao is van start gegaan

Vanaf zaterdag 28 januari 2017 is er (negen weken lang) iedere week een tekst te lezen en te beluisteren over de betekenis die Tao voor je kan hebben.

null

DOWNLOAD DE FLYER VAN DIT ONLINE-PROGRAMMA

Wie leert om in harmonie met Tao te leven

wordt door Lao Zi een koning genoemd.

Geen uiterlijke koning, maar een innerlijke.

De Daodejing wordt daarom ook wel een vorstenspiegel genoemd.

(dit is het thema van de eerste week)

Inschrijven (gratis) via www.spiritueleteksten.nl

Drie Tao-lezingen in Utrecht door Elly Nooyen: De koninklijke weg in Tao

In het voorjaar van 2017 verzorgt Elly Nooyen in Utrecht haar lezingencyclus De koninklijke weg in Tao naar aanleiding van het verschijnen van haar nieuwe boek ‘Mysteriën van Tao en de Daodejing’ . Deze lezingenserie bestaat uit de volgende drie Tao-lezingen op woensdagavonden:

15 februari 2017 : De koninklijke weg in Tao
8 maart 2017: Drie tijdloze schatten in het hart
15 maart 2017: Transformatie en innerlijke alchemie

Deze lezingen zijn gebaseerd op strofen van de Daodejing, vormen één geheel, maar kunnen ook onafhankelijk van elkaar worden gevolgd. Tijdens elke lezing draagt de spreekster drie maal een korte tekst over, vaak met uitleg aan de hand van een tekening. Na elk gedeelte is er muziek om het besprokene te laten bezinken. Daarna volgt een gedachtewisseling met de deelnemers in de zaal.

BEKIJK DE AGENDA VOOR MEER INFORMATIE

De oerkracht van het heelal: inleiding bij Mysteriën van Tao door Paul Salim Kluwer

Paul Salim Kluwer schreef op verzoek van Rozekruis Pers de onderstaande inleiding voor het boek ‘Mysteriën van Tao en de Daodejing’.

Toen ik het manuscript voor dit boek las voelde ik de Dao-sfeer en werd ik erin meegezogen. Kan ik nog iets aan deze universaliteit en dit Licht toevoegen?

Hiervoor kwam ik te staan toen mij werd gevraagd om Lees verder

Chinese film over Lao Zi en de totstandkoming van de Daodejing, Engels ondertiteld

De bovenstaande film over Lao Zi is geproduceerd in 2013 in China door de Henan Film & TV Production Group. De gaat onder andere over de totstandkoming van de Daodejing. Daarin komt naar voren dat poortwachter/koning/priester yǐnxǐ尹喜 een belangrijke bemiddelende rol heeft gespeeld bij de totstandkoming van Lao Zi’s meesterwerk. Deze Chinese film is ondertiteld in het Engels.

TAO IS IN HET MIDDEN

CHINEES LETTERTEKENChinese karakters zijn geen woorden, maar drukken begrippen uit, vaak heel complexe. Karakters zijn ook vaak op een ander karakter gebaseerd, of vormen samen met enkele andere karakters een nieuw karakter.

Lao Zi gebruikt in zijn Daodejing vaak een bepaald karakter dat hij in een ander vers terug laat komen, maar dan binnen een andere context. Hierdoor voegt het ene vers iets toe aan het andere, of vult het aan. Hij maakt op deze manier op meesterlijke wijze gebruik van de specifieke mogelijkheden die de Chinese taal biedt.

Een goed voorbeeld hiervan is het verband tussen de verzen 11, 21, 40 en 70.

In vers 21 wordt gesproken over iets wezenlijks dat zich in het midden bevindt: Lees verder